No guts, no glory.

Pijnlijk maar waar: het eind is in zicht.
Al meer dan tien jaar maakt V&D onderdeel uit van mijn presentatie. Samen met Apple, de Bijenkorf en de Hema. Die laatste drie zijn voorbeelden van sterke merken. Merken met een heldere klantbelofte en een beleving die daarbij past.
Merken die begrepen worden, omdat ze aan duidelijkheid niets te wensen over laten.

V&D staat daarmee in schril contrast. Vlees noch vis, niet goedkoop en niet duur, geen idee wat wel eigenlijk. Voor een specifieke klantbelofte of beleving hoef je er niet aan te kloppen. En daarom blijven mensen weg. Zo simpel is het. Elke euro is een stembiljet leerde ik vroeger van mijn moeder. Wij consumenten hebben met z’n allen V&D afgedankt. Omdat V&D ons niet voldoende boeide. Au.

Natuurlijk is het triest voor betrokkenen. Maar zo voorspelbaar. Dit schrijven lijkt gemakkelijk nu het uitstel van betaling is aangevraagd. Ik had het ook tien jaar eerder kunnen (en wellicht moeten) doen. Feit blijft dat ik werkelijk niet begrijp dat de bazen van de afgelopen decennia het niet zagen.

Ze waren ooit vernieuwend: heel groot, met alles in huis en –heel vreemd voor die tijd- vaste prijzen. Vroom en Dreesmann was een echte publiekstrekker, en na de eerste opening aan de Weesperstraat in Amsterdam in heel Nederland en zelfs daarbuiten het gesprek van de dag. Ze hadden de ‘guts’ om dingen anders te doen, om spraakmakend te zijn.

Maar tijden veranderen. Alles in huis kan al lang niet meer. En wat V&D verkoopt kun je overal vinden en ook nog voor lagere prijzen. Logisch, want zulke grote winkels met de bijbehorende organisatie kosten geld. Veel geld. Met hoge kosten en zonder onderscheidend vermogen is er maar een weg. En die loopt dood.

Het ging mis na de crisis eind jaren 80. De marktsituatie en gezondheids- en familieomstandigheden vroegen om nieuw bloed in het management. Van der Zwan was in beeld en hij had vooruitstrevende plannen. Hele goeie plannen, in mijn optiek. Helaas kreeg hij niet de kans en werden zijn plannen door meneer Anton Dreesmann via de pers van tafel geveegd. Misschien begrijpelijk gezien zijn situatie, maar de grootste fout denkbaar. Achteraf is dit het moment waarop het mis ging. No guts, no glory.

Er zijn later nog pogingen gedaan. Met de re-styling van twee vestigingen door Jan des Bouvrie, die om begrijpelijke redenen niet bracht wat het concern nodig had. En met van 2007 tot 2011 een algehele vernieuwing inclusief naamswijziging van Vroom & Dreesmann naar V&D. Maar het was al te laat, of niet overtuigend genoeg.

Hoe naar ook voor alle betrokkenen: het licht gaat uit. Of er nu een faillissement volgt of dat er nog delen doorgaan: Vroom en Dreesmann is niet meer. Als gevolg van middelmatigheid en gebrek aan een duidelijke identiteit. Net als de winkels van Macintosh. Dolcis, Manfield, V&D en wie er nog volgt (ik kan het wel raden). Rust zacht, roestige retailers.

Wat we hiervan kunnen leren? Zonder visie, identiteit en imago geen inkomsten. No guts, no glory.

Een ervaring rijker

Plannen, plannen en nog eens plannen. Ik heb nu in praktijk kunnen ervaren dat dit bij het maken van een corporate video zo zijn eigen valkuilen kent. Mijn opdracht? ‘het schrijven van een corporate story en die omzetten in een video die het gedachtegoed van de organisatie communiceert’. Voor wie ik die gemaakt heb? Je raad het waarschijnlijk al, voor Presentanza.

Veel factoren spelen mee bij het maken van zo’n video. Zo moest ik niet alleen rekening houden met ieders agenda, maar ook met die van moeder natuur. En zij was in dit jaargetijde nou net niet zo flexibel. Laat licht, vroeg donker; dat was in dit geval niet altijd even gunstig. En dan heb ik het nog niet eens over de weersomstandigheden. Na regen komt toch altijd zonneschijn?

Om de identiteit van Presentanza goed te kunnen vertalen naar een video, heb ik eerst bekeken wat er naast het voor de hand liggende nou precies kenmerkend is voor de organisatie. Als bureau gespecialiseerd in marketing (inbound welteverstaan) en imago weet Presentanza natuurlijk heel goed waar zij voor staat. Maar dat maakte het voor mij niet minder leuk en leerzaam om nog eens onder de loep te nemen.

Maar niet alleen daar heb ik veel van geleerd. Ook het meer praktische deel van mijn opdracht heeft me veel inzicht gegeven. Zowel qua projectmanagement als qua techniek.

Gedurende de video zijn er verschillende shots waarbij Tineke steeds net niet helemaal in beeld komt, pas op het einde krijgt de stem een ‘gezicht’. Deze zijn gebruikt als metafoor voor wat Presentanza voor bedrijven doet. Namelijk het stap voor stap helpen aan een passend ‘uiterlijk’, het imago.
De Rotterdamse roots van de organisatie komen terug in beelden van de stad en de ‘niet lullen maar poetsen’–mentaliteit is herkenbaar doordat gebruik is gemaakt van snelle beelden. Zo is er in beeld te zien wat de organisatie biedt en vertelt Tineke’s voice-over over het gedachtegoed van Presentanza.

Om de identiteit goed naar voren te laten komen heb ik veel elementen laten zien waar je misschien niet direct aan zou denken, maar die in dit geval wel echt typerend zijn. Ik noem maar: Bobbi Jo, dé latte macchiato (half 11, koffietijd). Maar ook de meer voor de hand liggende kenmerken zoals het pand, de visitekaartjes en de auto zijn te zien.

Sinds deze nieuwe ervaring kijk ik op een andere manier naar film, voorheen niet veel verder dan m’n bioscoopabonnement. Toen keek ik vooral graag, nu zie ik meer. Bijvoorbeeld de technieken en het effect die deze hebben op de kijker. De afgelopen acht weken hebben mij dus veel inzicht gegeven. Wel klaar met deze film, maar nog niet met leren. Benieuwd naar het resultaat? Je kunt de video hier bekijken. Ik ben erg benieuwd wat je ervan vindt, laat het me weten in een reactie onder mijn blog of op onze facebookpagina.

Uitgewerkt? Ingewerkt!

Jaren in spagaat: studeren en ook werken. Op school doen wat je gevraagd wordt, goed plannen, hard werken, medestudenten motiveren en uiteindelijk de docent tevreden houden. De andere dagen van de week moet je snel omschakelen om professioneel en in korte tijd efficiënt te zijn op je werk.
In deze blog beschrijf ik hoe ik werkend afstudeerde en een nieuwe balans vond.

Verschillende kanten
Studeren is eigenlijk constant balanceren op een koordje, terwijl er aan verschillende kanten aan je wordt getrokken. School, werk, verplichtingen en owja ook nog leuke dingen…
Maar toen er een einde aan mijn studie dreigde te komen, was ik wel bijna in paniek. Want dat koordje en getrek voelt zo veilig en goed! En juist ook het trekken van alle kanten hield me recht. Wat als één van die kanten wegvalt? Geen docenten meer, help! Wie moet ik blij maken? Geen medestudenten meer motiveren, o dat zou wel heerlijk zijn… En ook geen omschakeling meer hoeven maken voor iedere werkdag en wél genoeg tijd hebben voor mijn werkzaamheden. Duidelijkheid, lekker plannen en hard werken, dat is zo gek nog niet!

Half mei stopte mijn werk als junior PR adviseur bij JunePR. Jammer, maar hierdoor was ik wel helemaal vrij voor nieuwe uitdagingen. De daarop volgende weken zette ik de puntjes op de i van mijn scriptie en in juni begon ik als junior imago adviseur bij Presentanza.

Stevig in je pumps
Nu ik een tijdje niet meer studeer, merk ik hoe heerlijk het is niet meer te hoeven balanceren. Gewoon met je voeten op de grond, in je pumps, veilig onder je bureau. Geen constant zeurend, ontevreden gevoel van ‘eigenlijk moet ik nog die opdracht doen’ of ‘volgende week moet het al ingeleverd worden’.
En vrije tijd blijkt haar naam ook ineens eer aan te doen: echt vrij zijn! Heerlijk.

Lof en glad ijs
Uitgewerkt bij mijn vorige baan. Én op school, met een fantastisch cijfer en twee nominaties voor mijn scriptie over de merkpositionering textielgigant Zeeman.
Inmiddels weet ik hoe het reilt en zeilt bij Presentanza. Het bureau dat mij na mijn studie echte werkervaring geeft en wel in de richting die mij het meest interesseert: positionering en communicatie.
En soms gebeurt het ineens: ik doe even iets wat ik eerder gedaan heb, even geen glad ijs, even geen duister. Tsja, maar even natuurlijk, totdat er weer veel nieuwe dingen op m’n pad komen.

Leren, constant leren. Dat is het en dat blijft het. Maar ach, ik ben ook alleen nog maar uitgewerkt op school. Blij met wat ik geleerd heb en trots op mijn resultaten. Nu ga ik dat beetje kennis inzetten en ontzettend uitbreiden in de praktijk.
Ingewerkt? Ja. Uitgeleerd? Nee!

Lindi Benschop

Nieuwe job

Ik heb een nieuwe job. Nee, ik ben niet gestopt met Presentanza, integendeel. Ik heb mezelf ont-opperhoofd. Iris is nu de baas en ik sta buitenspel. Lekker langs de zijlijn, af en toe gewenst of ongewenst iets roepend in de richting van het team of een speler. Want die neiging kan ik nog maar moeilijk bedwingen.

Groeien is loslaten, dat is bekend. Maar wat is dat nou precies, loslaten? Van Dale heeft vier definities:
los·la·ten (liet los, heeft losgelaten) 1 in vrijheid stellen 2 met rust laten; laten rusten
3 verklappen: de verdachte liet niets los 4 niet meer houden; los worden: die lijm laat los
Om die eerste twee gaat het dus.

1. In vrijheid stellen. Van medewerkers in dit geval. Dat moet toch niet al te moeilijk zijn. De mensen die je zelf na een zorgvuldige selectie aanneemt dat zijn de beste die je kunt vinden. Met de juiste achtergrond, competenties en vooral de juiste mentaliteit. Anders neem je ze niet aan, zeg nou zelf. Als blijkt dat je je vergist hebt neem je afscheid en in alle andere gevallen doe je wat je kan om bij te dragen aan hun persoonlijke en vakinhoudelijk ontwikkeling. Zo bouw je aan een uitgebalanceerd team dat met elkaar alles kan.
Dat is precies waar ik de afgelopen jaren zo mee bezig was. Taken en verantwoordelijkheden kan ik nu toewijzen aan diegene waarbij ze het beste passen. Dus daarmee moet het ook goed zitten. En toch… Het is lastig.

Je wilt natuurlijk het beste resultaat. Voor je klanten vooral, want dat werkt door. Het beste voor je klanten = klanttevredenheid = aanbevelingen = nieuwe klanten = groei. Ik geloof daar in. En als je meer dan tien jaar bezig bent dan ben je (of ben ik, da’s misschien eerlijker) geneigd om te denken dat je met al die ervaring weet wat ‘het beste’ precies is. Maar is dat ook zo? Of zijn die nieuwe inzichten van de volgende generatie eigenlijk wel heel goed?

Vakinhoudelijk moet ik al langer m’n meerdere erkennen in collega’s. Dat kan ook niet anders: ik ben meer en meer van de grote lijnen. De strateeg, die met de klant bedenkt welke kant het op moet en vervolgens de uitvoering delegeert.
Aan specialisten. Want die zijn er dus nu. Ik wist al dat het op een dag zo zou zijn. In mijn blog van april dit jaar had ik het er al over: Presentanza is niet geschikt voor een solo-act. Te veelomvattend, te veel disciplines. Waarvan uiteindelijk de specialisten het meeste verstand hebben. En niet ik.

En dan 2: Met rust laten. Dat is dus van toepassing op alle operationele dingen. Computers, schoonmaak, andere kantoordingen: niet druk over maken. (Owww! Ik stond net nog driftig mopperend de gootsteen te soppen omdat ik boos was en teleurgesteld in de kwaliteit van het bedrijf dat we daarvoor hebben ingehuurd. HOU OP 10. NIET DOEN!)
En natuurlijk is het van toepassing op projecten; het creatieve en operationele aspect van de dingen die we met elkaar voor onze relaties doen. Pas meekijken dus als het gevraagd wordt. En niet eerder. Dat is ook heeeel moeilijk, met mijn nieuwsgierige en perfectionistische aard. Af en toe doe ik het ongevraagd nog een beetje. Soms word ik daarvoor direct gestraft. Niet mee bemoeien, jij moet andere dingen doen! Ehh ja, da’s waar.

Ik moet aandacht besteden aan relaties, omdat ze dat verdienen. Afspraken maken, meedenken met klanten en met vakgenoten over de ontwikkeling van ons vakgebied. Mijn visie daarop delen. Het woord verkondigen; zoveel mogelijk spreken over inbound marketing en imago. Helpen een platform op te richten om het wereldkundig te maken. Nieuwe mogelijkheden voor business ontdekken en de interessante uitwerken. PIM, en het voorlopig nog geheime D4S. En dan is er ook nog ruimte om enkele dagen per week bedrijven te helpen om marketing- of imagotechnisch zaken ”op poten te zetten” of te herstructureren. Dat is mijn nieuwe job. Leuk hè?

Nou nog loslaten. Ik oefen elke dag. En het gaat me lukken.

Back in business

Mama. Ik ben iemands mama. Heel gek hoor. En vooral wennen ook. Niet alleen omdat je wereld, je hoofd en je lijf compleet op zijn kop staat, maar ook omdat je leven nooit meer zal zijn zoals het was. Nooit meer alleen met jezelf rekening houden. Nooit meer zonder geregel de deur uit, of spontaan doorwerken tot in de late uurtjes. Wel altijd een keer extra in de spiegel kijken: er zou zomaar een enorme melkvlek op je schouder kunnen zitten. En toch: het maakt me niets uit. Ik heb het er allemaal voor over want ik heb, jawel, en o zo cliché want net als miljarden andere ouders, het aller-allerleukste kind van de hele wereld!

Na ruim 10 weken op een enorme roze wolk te hebben gezeten werd ik met beide benen weer ruw op de grond geplant. Ik moet weer aan de slag. Terug naar het werkende leven. Heel eerlijk? Daar had ik totaal geen zin in. Werken? Hoezo?! Ik heb een kind, en dat wil ik bij zijn! Maar eenmaal weer aan de slag bleekt het best mee te vallen en is het fijn om ook weer met iets anders bezig te zijn. Alleen dat rustig aan beginnen wat ik me had voorgenomen dat werd het niet. Hoe had ik het ook kunnen bedenken, hier. Ik was eigenlijk al een beetje gewaarschuwd door de telefoontjes en e-mails tijdens ziekte-en-verlof; zonder mij vonden ze het maar lastig bij Presentanza.

Op mijn eerste werkdag lag er een flinke stapel werk. Personal shoppen met een klant, offertes uitwerken, kleurenanalyse hier, communicatieplan daar, sollicitatiegesprekken voeren, stagiaires inwerken, kantoorzaken regelen, noem maar op. Het leek wel alsof ze van alles hadden bewaard speciaal voor mij. En oh! Collega’s… Er zijn er ineens veel! Van twee wist ik alleen de naam toen ik binnen kwam. Nou ja, een cv of online profiel had ik voorbij zien komen. Maar in het echt is het toch even andere koek.

Meer mensen om mee te werken is leerzaam, goed voor de uitbreiding van onze kennis en ook gezellig natuurlijk. Maar vooral de veranderende rolverdeling vinden we met z’n allen best een beetje spannend. Leuk spannend. Want het is gaaf, dat er nu een uitgebalanceerd team is dat staat. Dat ik een nieuwe rol heb met nog meer verantwoordelijkheid. En dat ik “de baas” zachtjes naar buiten werk, of eigenlijk blijkbaar heb gewerkt, de afgelopen twee jaar. Hihi. Ook zij moet er aan wennen. Maar het lukt; we gaan vooruit en vooruitgang is goed en past bovendien helemaal in het masterplan.

Ondanks dat ik na mijn verlof niet stond te trappelen om weer aan de slag te gaan (wat dóet de natuur toch met versgebakken moeders!), ben ik trots en blij dat ik iedere dag weer bij dit leuke bedrijf mag werken. Trots dat wij als kleine organisatie steeds weer stappen weten te maken. Trots dat ik het thuis en op kantoor goed voor elkaar heb. Gewoon trots… en blij.

“Tag3”: inbound marketing & imago

Ik had beloofd er op terug te komen, dat imago advies een beetje marketing is. Misschien is het wel meer dan een beetje. Want wees eerlijk: wat koop je, als je een krom geel ding koopt met een blauwe sticker? Volgens mij koop je dan de verwachting van een smakelijke sappige banaan. Geen groene, geen melige, maar een mild-zoete, lekker wegglijdende gele banaan. De lekkerste banaan misschien wel. Of de beste. Het imago van de Chiquita liegt er niet om.

En als het over mensen gaat? En ik “Sjakka!” roep? Nou, me dunkt dat je dan weet met wie je te maken hebt. En ik hoef maar een lange blauwe jurk aan te trekken of je staat klaar voor een wonder van heb-ik-jou-daar. Of dat terecht is is een tweede, maar het beeld komt in je op. De bijbehorende handen al bezwerend in de lucht; je ziet het zo voor je. Imago roept dus verwachtingen op, en dat is precies wat marketing óók beoogt.

Ruim tien jaar geleden vond men mij een beetje vreemd. Ik ging iets doen met marketing en communicatie, maar ook met styling. En interieur. En nog een paar dingen, allemaal op basis van de belevingsgeconomie. Ik bedacht het verhaal van de eerste indruk voor bedrijven en personen en zocht daar een tagline bij. Het werd ‘optimalisatie van personal en corporate identity’. Pff… beginner dat ik was! Ik zie Arnoud, mijn reclamevriend die spontaan aanbood een huisstijl voor me te ontwikkelen, nog kijken: opgetrokken wenkbouwen en een kreukel in zijn vakkundige voorhoofd. Zo’n lange tagline met een overdaad aan lastige Engelse en Nederlandse woorden is je strot nauwelijks uit te krijgen, laat staan direct te begrijpen en te onthouden. Alle begin is moeilijk, blijkbaar. Zeker als het om jezelf gaat. Het juiste woord was er gewoon niet voor! Lastig hoor.

Een jaar of vijf later werd het al beter: imago advies. Vanuit het idee dat imago zowel zakelijk als persoonlijk bepaalt of je boodschap overkomt moest dat de lading dekken. Dacht ik. Maar het bleef knagen. Aan de ene kant was de korte, kernachtige nieuwe duiding van onze activiteiten een hele opluchting. Maar er ontbrak iets. Imago en ik samen werden toch verdacht vaak in de stylinghoek gezet, en daarmee te weinig geassocieerd met onze zakelijke diensten op het gebied van positionering en communicatie.

Ik moest het dus uitleggen, zowel in mijn persoonlijke verhaal als online. Het woord marketing bleef ik stelselmatig mijden. Ik had er teveel negatieve associaties bij. Snel geld verdienen, verkoop, opdringen, zaken beter voordoen dan ze zijn… Daar wilde ik niet mee geassocieerd worden. Marketing had voor mij een fout imago.

Tot ongeveer een half jaar geleden. Ik zie sindsdien steeds meer voorbij komen. Blogs en presentaties van landgenoten en Amerikaanse vakbroeders vooral, over een nieuwe kijk op marketing. De herkenning wordt met de dag groter. Er zijn er meer die beseffen dat de globale ontwikkelingen om een andere benadering vraagt. De blik van deze vernieuwers lijkt verdacht veel op hoe wij werken. Sterker nog: het is 1 op 1 onze visie op positionering en communicatie! Van binnenuit, oprecht, faciliterend, authentiek. En uh.. da’s dus toch marketing, blijkbaar. Maar dan anders.

Ik noemde het vorige keer al: de traditionele marketing op basis van de 4 p’s en dan vooral de p van promotie) heeft zijn beste tijd gehad. Zeker in de vorm van opdringerige, overdreven, ongeloofwaardige en ons onderbrekende (ojee, ik heb ineens vier o’s) reclame zijn we die promotie meer dan zat.

We gaan op naar een wereld waarin commerciële informatie helder, eerlijk en vindbaar is, ons faciliteert in het selectie- en keuzeproces en helpt bij het nemen van aankoopbeslissingen. Inbound marketing dus. En nu is de cirkel rond.

Mag ik de aandacht voor onze nieuwe, derde tagline:

inbound marketing en imago

[Eh nee, ik heb geen bezwaar tegen applaus. Word er hooguit verlegen van. En een beetje trots J]

Toch nog imago erbij? Jazeker. Imago is van groot belang in dit kader! Maar daarover later meer.

 

Stage. Wat een werk!

Openen, licht, radio en computers aan, thee zetten voor allemaal… Nog nooit in mijn leven heb ik iedere ochtend zo’n vast ritme gehad. Dat was wennen, maar ook lekker. Twintig weken lang en op het laatst doe je het zonder dat je het in de gaten hebt. Ik was een stagiair, een stagiair uit Groningen, in Rotterdam. Eentje die het druk had; heel druk.

Ik mocht ongeveer alles. Doen, weten, proberen, … En dat deed ik dan ook.
Best spannend, want ongeveer alles doe je voor het eerst. Dat eerste telefoontje (Help, wat moet ik zeggen? En wat nou als ik op de verkeerde knopjes druk?), mijn eerste werkje voor een opdrachtgever, mijn eerste post op bedrijfspagina’s.
Meemaken, meekijken, meeluisteren; het komen en gaan van nieuwe medewerkers, gesprekken met klanten en de bank, de kantoorrituelen zoals de koffie: iedere dag om half 11 samen aan de latte macchiato met een rietje. En naar de postbus, twee keer per week.

Mijn stageopdracht mocht ik grotendeels zelf formuleren. Met sociale media was nog genoeg te doen bij Presentanza, dus daar kon ik me lekker op uitleven. Verder veel meekijken bij de meest uiteenlopende projecten. Een beetje ontwerpen, stukjes schrijven en controleren (intens gefocust op iedere komma letten, want komma’s zijn belangrijk), helpen bij de realisatie van relatiegeschenken… Alles wat een beetje aansloot (en zelfs wat niet) en wat ik dacht te kunnen dat pakte ik op.

Ook dingen die je niet zou verwachten, zoals Bobbi Jo uitlaten, lekker rennen langs het water en goed oppassen dat de politie je niet ziet. En meer dingen waarvan ik van te voren niet had kunnen bedenken dat ik ze zou gaan doen. Iris zwanger. ‘Michelle, wil je de financiële administratie bijhouden?’ Euhm jawel. (Help! Hoe moet dat? Dat leer je heus niet bij de opleiding communicatiesystemen!) De beren op de weg die ik soms dacht te zien bleken dansende beren te zijn. Lastig, maar des te leuker als je ze de baas wordt.

Zo kwamen er steeds meer dingen bij. Na al die weken dacht ik het allemaal wel aardig onder controle te hebben. Tot ik in de agenda keek om te zien wat er op de planning stond en me realiseerde dat ik nog maar twee weken te gaan had en het ineens al eind juni bleek te zijn. Terwijl ik het gevoel had dat het twee weken daarvoor nog oud en nieuw was! Omgevlogen zijn ze, die vijf maanden.

Als een speer nog even zoveel mogelijk projecten afmaken en verdere werkzaamheden overdragen aan mijn collega’s. Laatste boodschappen doen, laatste post halen, laatste latte drinken, laatste telefoontje opnemen. Dag collega’s, dag Rotterdam, dag eigen mok-met-gezichtje, dag zwerver van het Wijnhaveneiland.

Klaar ben ik, maar toch voelt het alsof ik nog 100 dingen moet doen. Mijn stageperiode is ten einde. En ik? Ik ben net begonnen J

Marketing is dood.

Durf ik dat te zeggen? Jawel. Let maar op.
Eerst een stukje Presentanza-geschiedenis. Er is één vraag die we steevast krijgen. Imago advies; wat is dat nou? Eh nee, het is geen styling. En ook geen marketing. Ik zal het proberen uit te leggen.
We helpen onze klanten uit te dragen wie ze zijn en wat ze te bieden hebben. Wat ze specifiek maakt; onderscheidt van de rest. Omdat we geloven dat daarin hun kracht ligt.

Daar komt veel bij kijken. Eerst inventariseren: identiteit, kernwaarden, karakter, inclusief alle eigenaardigheden. Zelfs die waarvan je zou kunnen denken dat ze tegenwerken. Dan naam, logo en huisstijl. Vervolgens een strategische aanpak van de communicatie; online en “traditioneel”. Toch een beetje marketing? Vooruit, een beetje. Ik kom er later op terug.
En dan het ambassadeurschap, of de persoonlijke vertaling van de propositie aan je omgeving. Door je fysieke en verbale gedrag, via wat je doet, wat je vertelt, en hoe je handelt. Je presentatie; met een pitch en eventueel een Prezi of PowerPoint. Maar ook met kleding, kleur, en als het even kan charisma. Ok, toch (ook) een beetje styling.

De beleving van het bedrijfsimago door de buitenwereld valt of staat met een eerste indruk die klopt. Het succes dus ook.
Het gaat mis als je probeert knollen voor citroenen te verkopen. Citroenen? Ok, die zijn zuur. Knollen? Laagwaardig, en vast niet echt ‘lekker’. Maar als je als klant zin hebt in een zure appel of een volle maag voor weinig geld kan het net zijn wat je nodig hebt. En precies datgene waarvoor je wilt betalen. En dus ook wat je voorgeschoteld wilt krijgen. Ongeloofwaardigheid wordt verwerpelijk, en
snap ik niet = koop ik niet.

De traditionele marketing is grotendeels gebaseerd op dingen ‘mooier maken’. Een beetje knollen voor citroenen verkopen. Maar daar trappen steeds minder klanten in. De traditionele zienswijze op marketing gaat onderuit doordat klanten steeds beter weten wat er in de wereld te koop is. En sterker nog: ze vinden en kopen het ook over de hele wereld. Globalisering is het fenomeen wat daaraan ten grondslag ligt. Internet brengt ons wat we maar willen; vrijwel alles is bereikbaar binnen enkele muisklikken.

Dus die P’s? Vergeet het maar. De traditionele marketingmix heeft afgedaan. Plaats? Niet meer van belang. Prijs? Steeds minder doorslaggevend. Dure spullen die we willen gaan als warme broodjes over de toonbank. Promotie? Welnee, we vinden zelf wel wat we zoeken op het moment dat we dat willen. Reclame klikken we weg of we gebruiken het blok voor een pauze om onszelf een nieuw drankje in te schenken (of een eerder drankje op de eindbestemming te brengen).

Om die reden heb ik de afgelopen tien jaar het woord marketing eigenlijk een beetje ‘vies’ gevonden. Links laten liggen ook. Tot voor kort. Op het moment dat ik Inbound Marketing ontdekte was daar de herkenning. Jaa, dat is het wat wij doen!

Marketing is dood. Lang leve marketing! Inbound marketing.

Zakelijk zwanger

Zwangerschapsmode. Ik had er nooit zo bij stil gestaan, totdat ik zelf zwanger werd. Het duurde niet lang voordat ik tot de conclusie kwam dat dit betekende dat ik een volledig nieuwe garderobe kon aanschaffen zonder me daar schuldig over te voelen! Tenslotte had ik het nu echt nodig en wanneer is het nu belangrijker je goed te voelen dan tijdens je zwangerschap?! Vol enthousiasme en goede moed pakte ik mijn laptop en vroeg mijn grote vriend Google te zoeken naar ‘Zwangerschapskleding’.

Maar wat ik daar aantrof was even weerzinwekkend als teleurstellend. Ik zag spijkerrokken, witte leggings, shirts die de vrouwelijkheid letterlijk uit je trekken en soepjurken die schreeuwen ‘Kijk vooral niet naar me want ik ben zwanger en dus NIET MEER BESCHIKBAAR’. Ik schrok. Het lijkt wel alsof een kind krijgen je het recht ontneemt om er jong, hip en modieus uit te zien. Sterker nog, er wordt blijkbaar vanuit gegaan dat je van geen enkele toegevoegde waarde meer bent voor de maatschappij want zakelijke zwangerschapsmode is al bijna helemaal niet te vinden.

Inmiddels zeven maanden verder en aardig wat zwangerschapservaring rijker heb ik speciaal voor iedereen die zwanger ook jong, hip, modieus en zakelijk verantwoord voor de dag wil komen een aantal tips op een rij gezet:
1. Verplaats het accent van je taille naar boven (naar net onder de borsten en boven de buik) of naar onder (naar je heupen en onder je buik). Tijdens je zwangerschap verdwijnt je taille waardoor je andere accentpunten moet kiezen om vorm aan je kleding te geven.
2. Buikbanden en tops met teksten als ‘Baby on board’, ‘Supermom’ en ‘I love my baby’ vestigen de aandacht op je zwangerschap wat zakelijk gezien niet gewenst is. Bovendien was het vast niemand ontgaan dat je zwanger bent…
3. Het merk ‘Wolford’ heeft kwalitatief hoogwaardige kleding gemaakt van stof die eindeloos meerekt (lees: heerlijk comfortabel draagt) en je toch een zakelijk verantwoorde uitstraling geeft.
4. Een voordeel van de mode tegenwoordig is dat er heel veel wijd gedragen wordt. Probeer daarom ook eens combinaties te maken met ‘normale’ kleding. Handig omdat je het na je zwangerschap waarschijnlijk kunt blijven dragen en je bent minder afhankelijk van het beperkte aanbod zwangerschapskleding. LaDress bijvoorbeeld heeft veel jurkjes die je lang door kunt dragen tijdens je zwangerschap.
5. Sites als asos.com, topshop.com en tiffanyrose.com hebben een regelmatig vernieuwende collectie zwangerschapsmode die, wanneer je de juiste combinaties maakt, prima zakelijk gedragen kan worden.
6. Deze stelregel is altijd belangrijk maar tijdens je zwangerschap een beetje meer: kies kleding waar je je prettig in voelt en die bij je past!
7. En last but not least: vergeet niet dat de voorschriften voor zakelijk verantwoord kleden die golden voordat je zwanger werd gwoon blijven gelden.
En verder? Verheug je vast op het feit dat je lijf straks weer normaal wordt, en dat je, behalve leuke kleding voor je kleine ook weer fijn normale kleding voor je werk kunt aanschaffen. Dat doe ik ook 🙂

Groeien; een hele onderneming.

Tien jaar bestaan we nu. Ruim. Elf jaar geleden al wist ik dat mijn ondernemingsplan niet geschikt was voor een solo-act. Teveel specialisaties, teveel uiteenlopende disciplines. Die toch bij elkaar horen.

Voor mij, ik moet inmiddels zeggen voor ons, is het logisch dat het allemaal bij elkaar hoort. Een bedrijf op de kaart zetten omvat nou eenmaal veel.
Identiteit, kernwaarden, strategie. Naam, logo en huisstijl. Communicatie, online en “traditioneel”. Presentatie; pitch, Prezi en persoonlijk. Met kleding, kleur, en als het even kan charisma. Klantbeleving, gedrag, ambassadeurschap. De belevingseconomie is een hele opgave. Oei, dat klinkt bijna als een klacht.

Maar zo zien wij dat niet! Integendeel, we zien het als een opdracht. Een hele leuke permanente opdracht. Om onze klanten te helpen uit te dragen wie ze zijn, en wat ze te bieden hebben. Wat ze specifiek maakt; onderscheidt van de rest. Want dat is het enige wat telt in deze tijd. En daarmee dus de sleutel tot succes.

P’s? Vergeet het maar. De traditionele marketingmix heeft afgedaan. Plaats? Niet meer van belang; we gaan “global”. Prijs? Steeds minder doorslaggevend. Dure spullen die we willen gaan als warme broodjes over de toonbank. Promotie? Welnee, we vinden zelf wel wat we zoeken op het moment dat we dat willen. Reclame klikken we weg of we gebruiken het blok voor een pauze om onszelf een nieuw drankje in te schenken (of een eerder drankje op de eindbestemming te brengen).

Ik wist het al een poosje, maar kan me de vraag nog goed herinneren toen ik in het eerste jaar mijn verkenningsronde deed bij diverse businessclubs. “Wat doe jij?” Waarop ik dan antwoordde: ik geef imago-advies. Steevast kwam daar achteraan: “Goh, leuk. En wat doet je man?” Verbaasde blikken als ik dan antwoordde: “Ik heb geen man.” Als ze dan echt nieuwsgierig waren kwam er vervolgens: “Huh, kun je daarvan leven dan?” Ja meneer, dat kan ik.

Natuurlijk was het niet eenvoudig in het begin. Sterker nog: met niets anders beginnen dan een idee waar driekwart van de wereld (en dat is een voorzichtige inschatting) nog niet klaar voor is dat is verdomd lastig. Na twee jaar was ik door mijn reserves heen en nam ik een bijbaan voor drie avonden c.q. nachten in de horeca. Vier maanden later had ik mijn eerste hulpkracht aangenomen, en vervolgens gemiddeld elk jaar één. Ten minste: dat was het plan. Groeien, dat wilde ik! Voor de kennis, de kunde, de creativiteit, de interactie. Voor het complete aanbod, en de stabiliteit.

Het ging goed, tot rondom de vijf. Van vier naar vijf en weer terug naar vier. Naar vijf, en zes, zeven en acht, en weer terug naar vier. Naar vijf. Zes. En weer vijf. Vier. Pff, wat is dat lastig!
Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. Ik moet dus wat anders doen om daar doorheen te komen. Daar heb ik de afgelopen jaren veel mee geëxperimenteerd en goed over nagedacht. Het plan is klaar. Nu nog even doen.